Drugs en politiek
Hieronder de opvatingen van politieke partijen over preventie, alcohol, tabak, hasj en wiet, XTC en harddrugs. Klik op de naam van een partij om meteen de hele tekst te zien. Of klik op een vakje om de informatie per onderwerp te lezen.
Drugs & politiek
Vraag en antwoord over drugs en politiek
Klik op de bovenstaande vragen om het antwoord te zien.
Legaal wil zeggen dat iets wettelijk toegestaan is.
Alcohol en tabak zijn legaal.
Bezit, handel, productie, import en export van alcohol is toegestaan.
De overheid erkent de risico's die aan het gebruik van alcohol en tabak en ook aan gokken vastzitten.
Daarom zijn er allerlei wetten die onder andere als doel hebben de risico's te beperken.
Voor alcohol is dat onder andere de Drank- en Horecawet, voor tabak is dat de Tabakswet en voor gokken de Wet op de Kansspelen.
Deze wetten zijn erop gericht de risico's van het gebruik zoveel te beperken.
Illegaal wil zeggen dat iets niet wettig niet toegestaan.
In geval van drugs zijn bezit, handel, productie import en export verboden.
Als iets illegaal is staan er straffen op overtreding van het verbod.
Wat betreft drugs wordt dit geregeld in de Opiumwet.
Omdat drugs verboden zijn, zijn er ook geen wettelijke regelingen over hoe de productie en verkoop zou moeten plaatsvinden, zoals dat met alcohol het geval is.
Dan zou je het immers legaal maken.
De opiumwet gaat immers alleen maar over straffen.
Gevolg van een verbod is dus dat er ook geen regelingen gemaakt kunnen worden over hoe iets geproduceerd of verkocht moet worden.
Het ontbreken van regelingen kan extra risico's met zich meebrengen.
Bij legalisering wordt vaak gedacht dat alles zomaar vrij is.
Dat is dus onzin.
Legalisering wil zeggen dat je drugs uit de strafwet haalt en onder brengt in een andere wet die regels bevat over hoe de productie en verkoop moeten plaatsvinden.
Legalisatie van bijvoorbeeld cannabis zal nooit inhouden dat cannabis zo maar wordt vrijgegeven.
Legalisatie van cannabis zal betekenen dat cannabis uit de Opiumwet wordt gehaald en ondergebracht wordt in een andere wet.
Bijvoorbeeld in de 'Rook en coffeeshop Wet' of in de 'cannabis wet'.
In deze wet zullen dan bepalingen staan over hoe hennep gekweekt moet worden, hoe hasj en wiet geproduceerd moeten worden, wie het mogen verkopen, aan welke eisen de productinformatie en de voorlichting moet voldoen, hoe en of er accijns zal worden geheven enz. enz.
De grens van 16 jaar is gekozen om jonge mensen te beschermen tegen de schadelijke gevolgen van het drinken van alcohol.
Alcohol is schadelijk voor het lichaam en de ontwikkeling van de hersenen.
Verder vergroot veel drinken op jonge leeftijd de kans op alcoholproblemen op latere leeftijd.
Kijk je puur naar de schade van het lichaam dan had de wetgever eigenlijk voor 24 moeten kiezen.
Je hersenen ontwikkelen zich namelijk tot je 24e.
In de Drank- en Horecawet staat dat in de supermarkten, slijters, horeca , clubs, verenigingen, buurthuizen onder de 16 jaar geen zwakalcoholhoudende dranken verkocht mogen worden.
Zwakalcoholhoudende dranken zijn bier, wijn en gedistilleerde drankjes met een alcoholpercentage van minder dan 15%.
Sterke drank mag niet verkocht worden onder de 18 jaar. Sterke dranken zijn alle gedistilleerde dranken die 15% of meer alcohol bevatten.
In geval van twijfel moeten verkopers om een geldig leeftijdsbewijs vragen.
16 jaar
De grens van 16 jaar is gekozen omdat als je jong bent alcohol extra schadelijk is.
Lees hier waarom en lees hier welke extra risico's je dan loopt.
Kijk je puur naar de schade van het lichaam dan had de wetgever eigenlijk voor 24 moeten kiezen.
Je hersenen ontwikkelen zich namelijk tot je 24e.
Alcohol verhoogt echter ook de stemming en vergemakkelijkt het sociale verkeer.
En ook dit is belangrijk voor opgroeiende jongeren.
Vanaf 1912 kent Nederland de wet op de tabaksaccijns.
Deze wet is in de loop van de jaren een aantal keren aangepast en aangescherpt.
De laatste keer gebeurde dat op 18 april 2002.
Bij lang antwoord staan de belangrijkste punten uit de tabakswet.
Roken is in ons land nog steeds doodsoorzaak nummer een. Jaarlijks overlijden er 25.000 mensen door roken terwijl door passief roken (mee moeten roken omdat andere mensen roken) zo'n 300 mensen per jaar overlijden.
De maatschappelijke kosten bedragen zo'n 6.5 miljard gulden.
Vanaf 1912 kent Nederland de wet op de tabaksaccijns.
Deze wet is in de loop van de jaren een aantal keren aangepast en aangescherpt.
De laatste keer gebeurde dat op 18 april 2002.
Het doel van de Tabakswet is het gebruik van tabak te beperken en niet-rokers te beschermen.
Dit doet de wet aan de hand van een aantal bepalingen.
Deze bepalingen gaan over:
1. Vereiste vermeldingen op de verpakking.
2. Reclame.
3. Verkooppunten.
4. Het verbieden van gebruik.
5. Leeftijdsgrens.
1. Vermeldingen op de verpakking
De vermelding 'roken schaadt de gezondheid' én de vermelding van het teer- en nicotinegehalte zijn verplicht.
Als de tabaksproducten hier niet aan voldoen mogen ze niet verkocht worden.
Sinds 1 januari 2003 is het verboden om kleine verpakkingen met minder dan 19 stuks op de markt te brengen.
Fabrikanten van pakjes shag moeten vanaf maart 2002 het teer- en nicotinegehalte gaan vermelden.
Dat hoefde tot nu niet omdat je immers dunne en dikke sigaretten kunt maken en het teer en nicotine gehalte niet aan te geven zou zijn.
Nu moeten de fabrikanten het met vermelding van een zekere onder- en bovengrens toch gaan vermelden.
2. Reclame
Elke vorm van tabaksreclame is verboden met uitzondering van de tabaksspeciaalzaak.
De ingangsdatum hiervan was: 7 november 2002.
Het reclameverbod voor kranten en tijdschriften is van kracht sinds 1 januari 2003.
Sponsoring van evenementen door de tabaksindustrie is vanaf 7 november 2003 verboden.
Ook mogen tabaksartikelen (als promotie) sinds 1 januari 2003 niet meer gratis worden verstrekt.
3. Verkooppunten
Binnen de gezondheidszorg, de maatschappelijke dienstverlening, het sociaal-cultureel werk, de gesubsidieerde sportsector en het onderwijs mogen geen tabaksproducten verkocht worden. Ook in overheidsgebouwen mogen per 1 januari 2003 geen tabaksartikelen meer worden verkocht. De regering zal het aantal verkooppunten van tabak geleidelijk aan gaan terugdringen.
Mogelijk zal op termijn tabak alleen nog maar verkocht mogen worden in tabaksspeciaalzaken.
In ieder geval zal tabak niet meer verkocht mogen worden in overheidsgebouwen, sportkantines en drogisterijen. Vooralsnog liggen er geen plannen voor beperking van verkoop in benzinepompen en supermarkten. Tabaksautomaten zullen in de toekomst geweerd worden in horecagelegenheden waar veel jongeren komen.
4. Verbieden van gebruik
In openbare ruimtes van overheidsgebouwen is het gebruik van tabak verboden.
Openbare gebouwen zijn alle gebouwen die door het rijk, de provincies of de gemeenten worden gesubsidieerd of beheerd.
Het rookverbod bepaalt dat er niet gerookt mag worden in publiekstoegankelijke ruimtes en ruimtes voor gemeenschappelijk gebruik.
Het gaat dan om: trappen, gangen, liften, recepties, vergaderzalen, leslokalen, recreatieruimtes en kantines.
Als er op één verdieping meerdere kantines zijn mag de kleinste kantine gebruikt worden als rookruimte, mits de niet-rokers daar geen last van hebben.
Als het geen overheidsgebouw is, moeten de gebruikers onderling afspraken maken.
Werkgevers zijn vanaf 1 januari 2004 verplicht ervoor te zorgen dat hun werknemers geen hinder of overlast van roken ondervinden.
Exploitanten van personenvervoer (bus, tram, metro, trein, taxi) zijn vanaf 1 januari 2004 verplicht ervoor te zorgen dat hun passagiers tijdens de reis geen hinder of overlast van roken ondervinden.
Voor exploitanten van vliegtuigen geldt dit verbod al sinds 17 juli 2002.
5. Leeftijdsgrens
Aan kinderen en jongeren onder de 16 jaar mogen sinds 1 januari 2003 geen tabaksartikelen worden verkocht.
Aan jongeren die een tabaksproduct willen kopen, mag de verkoper vragen om aan de hand van een identiteitsbewijs aan te tonen dat hij of zij 16 jaar of ouder is.
Kijk ook op onderstaande sites.
Relevante links
Voor coffeeshops gelden een aantal regels.
Als zij zich aan deze regels houden worden zij niet vervolgd.
Deze regels zijn: geen reclame, geen harddrugs, geen overlast, geen verkoop onder de 18, geen verkoop van meer dan 5 gram per persoon per dag.
Ook mogen coffeeshops geen grotere handelsvoorraad hebben dan 500 gram.
In feite is het in Nederland wettelijk niet toegestaan om sofdrugs te produceren of te verhandelen.
De wet verbiedt het nog steeds.
Er bestaan echter landelijke richtlijnen (uitgevaardigd door het College van Procureurs-generaal) over de wijze waarop de wet dient te worden nageleefd.
Plaatselijke officieren van justitie kunnen van deze richtlijnen afwijken, maar meestal worden zij gevolgd.
De richtlijnen stellen dat als coffeeshops zich aan bepaalde regels houden tegen verkoop van hasj of wiet in de coffeeshops niet hoeft te worden opgetreden.
Deze regels, de zogenaamde AHOJ-G criteria, zijn in 1996 voor het laatst aangepast.
De regels luiden: AHOJ-G
A Geen affichering (reclame).
Dit betekent geen reclame anders dan een aanduiding op de gevel.
H Geen harddrugs.
Er mogen in een coffeeshop geen harddrugs voor handen zijn/ verkocht worden.
O Geen overlast.
Onder overlast wordt onder meer verstaan: geluidshinder, vervuiling en/of voor of nabij de coffeeshop rondhangende klanten.
J Geen verkoop aan jongeren onder de 18
en geen toegang aan jongeren onder de 18 tot een coffeeshop.
G Geen verkoop van grote hoeveelheden per klant
per transactie.
Met andere woorden: er mag niet meer verkocht worden dan 5 gram per persoon per dag.
Ook is door het college bepaald dat coffeeshops geen grotere handelsvoorraad mogen hebben dan 500 gram.
Het plaatselijke coffeeshopbeleid wordt vormgegeven in het zogenaamde driehoeksoverleg.
Dit is een overleg van de burgemeester, de commissaris van politie en de officier van justitie.
Dit overleg houdt de vrijheid om van de richtlijnen af te wijken.
Het driehoeksoverleg kan dus besluiten in zijn gemeente geen coffeeshops toe te laten of het aantal coffeeshops te beperken.
Uiteraard is steun van de gemeenteraad voor het beleid van de driehoek noodzakelijk.
Zie voor meer informatie ook www.wiet.pagina.nl of www.drugs.pagina.nl.
De Drank- en Horecawet is bedoeld om de verkoop van alcohol op een verantwoorde manier te laten gebeuren.
Belangrijke bepalingen zijn:
- voor het verkopen van alcohol is een vergunning nodig
- aan jongeren onder de 16 mag geen zwakke, aan jongeren onder de 18 geen sterke drank verkocht worden
- de verkoper moet in geval van twijfel om een geldig leeftijdsbewijs vragen
- alcohol mag niet verkocht worden bij tankstations en winkeltjes langs de snelweg.
De Drank- en Horeca wet is bedoeld om het verkopen van alcohol op een verantwoorde manier te laten gebeuren.
De wet richt zich met name op de verkopers (verstrekkers) van alcohol in winkels, slijterijen, horeca, sportkantines etcetera.
De wet kent de volgende bepalingen over de volgende onderwerpen:
- Vergunning voor het verstrekken van alcohol
Voor het verkopen van drank is een vergunning nodig.
Deze vergunning wordt door de gemeente verstrekt.
Zowel de commerciële horeca als de niet- commerciële horeca in bars of sportclubs moeten voor het mogen schenken van alcohol een vergunning aanvragen.
- Vakdiploma
In de commerciële horeca moet als de bar open is iemand aanwezig zijn die in het bezit is van dit diploma Sociale Hygiëne.
Door dit diploma heeft de verkoper van alcohol kennis over alcohol en het verantwoord schenken daarvan.
Voor de niet-commerciëlehoreca (bars bij verenigingen, clubs, stichtingen) moet als de bar open is minimaal een 'geïnstrueerde barvrijwilliger' aanwezig te zijn.
Een barvrijwiliger is geïnstrueerd als hij de cursus 'Instructie Verantwoord Alcoholgebruik (IVA) gevolgd heeft.
Dit is een veel lichtere cursus dan het diploma Sociale Hygiëne. Wel moeten twee leidinggevenden van de vereniging of club, het diploma Sociale Hygiëne hebben.
Zij hoeven echter niet aanwezig te zijn als de bar open is.
- Alcoholreglement
Verenigingen, stichtingen en clubs moeten bij het aanvragen van een vergunning een zogenaamd alcoholreglement overleggen.
Dit reglement moet een aantal huisregels bevatten over het verantwoord schenken van alcohol.
Een voorbeeld van zo'n huisregel is bijvoorbeeld dat er voor 17.00 uur niet geschonken wordt of dat barvrijwilligers niet mogen drinken.
- leeftijdsgrens
Aan jongeren onder de 16 jaar mag geen zwak alcoholische drank verkocht worden.
Aan jongeren onder 18 geen sterke drank.
Drank verkopen aan iemand onder de 16 of 18 is strafbaar.
De verkoper moet een boete betalen of loopt het risico zijn vergunning kwijt te raken.
De jongere is niet strafbaar.
Thuis alcohol drinken onder de 16 mag wel.
Zwak-alcoholhoudende dranken zijn bier, wijn en gedistilleerde dranken met een alcoholgehalte van minder dan 15%.
Sterke dranken zijn alle gedistilleerde dranken die 15% alcohol of meer bevatten, met uitzondering van wijn als die is "versterkt" op de wijze die in het land van herkomst gebruikelijk is (sherry, port).
- Leeftijdsbewijs
De verkoper van alcohol moeten in geval van twijfel aan jongeren om een geldig leeftijdsbewijs vragen.
Jongeren kunnen aan de hand van een paspoort, rijbewijs, OV-studentenkaart of bromfietscertificaat laten zien hoe oud ze zijn.
Het leeftijdsbewijs geldt voor alle plekken waar alcohol wordt verkocht, zoals onder andere in supermarkten, kantines van sportclubs, club- en buurthuizen, popfestivals en discotheken
- Verkoopverbod.
Er mag geen alcohol verkocht worden in tankstations en winkeltjes bij restaurants langs de snelweg.
Ook mag er geen alcohol verkocht worden in winkels waar geen levensmiddelen verkocht worden, zoals muziekwinkels, bouwmarkten en kledingwinkels.
- Toelatings- en schenk verbod
Personen die dronken zijn of onder invloed zijn van drugs mogen niet toegelaten worden in gelegenheden waar drank wordt gekocht.
Ook mag er geen alcohol verkocht worden aan personen die al dronken zijn.
De Voedsel en Waren Autoriteit (vroeger Keuringsdienst van Waren) controleert of de Drank- en Horeca wet wordt nageleefd. Zij kunnen boetes opleggen
. De gemeenten kunnen eventueel de vergunning intrekken.
Beleidsvoornemens
1. In kabinet Balkenende III bestond het voornemen om verkoop van mixdranken in supermarkten te verbieden.
Ook overwoog minister Hoogervorst van WVS niet alleen de verkoper maar de koper van alcohol strafbaar te stellen. Verder overwoog hij een verhoging van de leeftijdsgrens naar 18 (1)
2. Kabinet Balkenende IV wil alcoholreclame verbieden op tijden dat veel jongeren kijken en wil de alcoholaccijnzen verhogen.
(1) Toespraak Minister VWS, 19 januari 2006 Rotterdam
Een vergelijking van het Nederlandse beleid met het buitenland is niet zo gemakkelijk te maken.
Het eenvoudigst is de vergelijking aan de hand van vijftal keuzes te maken:
- Maak je in de wet een onderscheid in soorten drugs ?
- Stel je in de wet gebruik van drugs strafbaar?
- Ga je bij de benadering van verslaafden uit van straffen of van behandeling?
- Moet de zorg voor verslaafden enkel gericht zijn op afkicken?
- Moet preventie enkel gericht zijn op voorkomen van gebruik
en vergelijking van het Nederlandse beleid met het buitenland is niet zo gemakkelijk te maken.
Het eenvoudigst is de vergelijking aan de hand van vijftal keuzes te maken:
1. Maak je in de wet een onderscheid in soorten drugs ?
2. Stel je in de wet gebruik van drugs strafbaar of alleen verkoop/handel en productie?
3. Ga je bij de benadering van verslaafden uit van straffen of van behandeling?
4. Moet de zorg voor verslaafden enkel gericht zijn op afkicken? 5. Moet preventie enkel gericht zijn op voorkomen van gebruik?
1.Onderscheid in drugs
In Nederland wordt in de wet een onderscheid in drugs gemaakt. De wet onderscheidt drugs met een groot risico, zoals heroïne en cocaïne, en drugs met een geringer risico, bijvoorbeeld hasj en wiet.
In veel landen wordt dit onderscheid tussen zogenaamde harddrugs en softdrugs niet gemaakt.
Drugs is een verzamelnaam voor heel veel verschillende stoffen met allerlei verschillende eigenschappen en risico's.
Het is dan ook een beetje vreemd om die allemaal in de wet over één kam te scheren.
2 Gebruik strafbaar ja of nee
In Nederland zijn bezit, handel, import, export en productie strafbaar. Gebruik is dus niet strafbaar.
Ook bezit dat voor eigen gebruik bestemd is, leidt niet tot vervolging.
Wel heeft de politie de mogelijkheid om de spullen in beslag te nemen.
Onder bezit voor eigen gebruik valt: 5 gram hasj of wiet, een halve gram harddrugs of één pil.
Dit beleid zorgt ervoor dat gebruikers niet vervolgd worden
3. Behandeling of straffen
Moet men een verslaafde straffen of behandelen?
In Nederland staat de hulpverlening aan verslaafden voorop. Dit geld uiteraard niet in alle gevallen.
Als een verslaafde strafbare feiten heeft gepleegd, moet hij daarvoor boeten.
Maar altijd wordt hem de mogelijkheid geboden om hulp voor zijn problemen te zoeken.
Bij lichtere vergrijpen is het mogelijk in plaats van een straf te ondergaan, verplicht een behandeling te volgen.
Deze visie krijgt ook in het buitenland steeds meer aanhang.
Alleen afkicken of ook zorg
In veel landen bestaat de zorg voor verslaafden uitsluitend uit afkicken.
Nu is het helaas zo dat een aantal verslaafden niet in staat is om een puur op afkicken gerichte behandeling te volgen. Daarom zijn er in Nederland ook programma's ontwikkeld die veel meer op verzorgen gericht zijn.
Deze programma's proberen de risico's die samenhangen met druggebruik zoveel mogelijk beperken.
Afkicken is niet het doel. Men is al tevreden als men de druggebruiker kan bereiken en hem in medisch en sociaal opzicht kan begeleiden.
Methadonverstrekking, medische zorg en spuitomruil maken deel uit van deze programma's.
(Zie in deze rubriek, onder methadon, ook de vragen over heroïne.).
Deze programma's hebben in het buitenland al veel navolging gevonden.
Voorkomen van gebruik of van misbruik
In Nederland richt preventie zich niet alleen op mensen die nog niet gebruiken, maar ook uitdrukkelijk op mensen die dat wel doen.
Op scholen worden allerlei preventieprogramma's gegeven die gericht zijn op mensen die nog niet gebruiken.
In coffeeshops of op house-feesten is de preventie gericht op mensen die dat wel doen.
Bij deze groep kun je gebruik niet voorkomen, maar je kunt er wel voor zorgen dat de risico's zoveel mogelijk worden beperkt. In deze benadering passen onder meer: campagnes in coffeeshops over zo verantwoord mogelijk gebruik, voorlichting over XTC op housefeesten en het testen van pillen.
In veel landen vinden ze dat maar niks.
Je keurt gebruik niet af en zo zeggen ze, door te praten over verantwoord gebruik moedig je het gebruik alleen maar aan.
Er zijn dus enkele belangrijke verschillen, maar er is ook een belangrijke overeenkomst.
De overeenkomst is dat de meeste landen van de wereld in 1961 het zogenaamde Enkelvoudig Verdrag hebben ondertekend.
Dit verdrag schrijft de aangesloten landen voor dat drugs alleen maar voor wetenschappelijke of medische doelen mogen worden gebruikt.
De verantwoordelijkheid voor de controle hierop ligt bij de Verenigde Naties.
De huidige Opiumwet kwam tot stand in 1928.
Op 1 november 1976 werd de Opiumwet gewijzigd.
Er werd vanaf toen gewerkt met twee lijsten.
Op lijst 1 staan drugs met een onaanvaardbaar risico (zoals cocaïne, amfetamine, XTC, heroïne en LSD).
Op lijst 2 staat de hennepplant waar hasj en wiet van gemaakt wordt.
De wet maakt vervolgens een onderscheid in verschillende handelingen die strafbaar zijn.
Strafbaar zijn: bezit, bereiding/productie, verkoop en export. Opvallend is dat gebruik op zich niet strafbaar is.
De strafbare handelingen moeten opgespoord en bestraft worden.
De hoogste officieren van justitie (de procureurs-generaal) hebben hiervoor zogenaamde richtlijnen vastgesteld.
In deze richtlijnen staat beschreven aan welke strafbare feiten de politie de meeste aandacht moet geven en welke straffen vervolgens gegeven kunnen worden.
Geschiedenis van de Opiumwet
De Opiumwet werd in het leven geroepen ten tijde van de strijd tegen het opiummisbruik begin 20e eeuw.
Op initiatief van de Verenigde Staten werd in Nederland een opiumconferentie gehouden die in 1912 leidde tot een opiumverdrag.
In het verdrag stond dat landen het gebruik van drugs moesten beperken tot medische, diergeneeskundige en wetenschappelijke doelen.
Het gebruik om redenen van genot of roes moest dus worden tegengegaan.
Nederland ondertekende in 1914. Het verdrag legde de basis voor de Nederlandse opiumwet.
In 1919 kwam de eerste en in 1928 de huidige Opiumwet tot stand die daarna nog vele malen gewijzigd is.
De Opiumwet richtte zich vanaf het begin vooral op het tegengaan van smokkel en productie.
Het oorspronkelijke opiumverdrag is uiteindelijk uitgegroeid tot het "Enkelvoudig Verdrag van New York" dat Nederland in 1964 ondertekende.
De Verenigde Naties zien er op toe dat landen dit verdrag naleven.
Inhoud van de Opiumwet
Op 1 november 1976 werd de Opiumwet gewijzigd.
Er werd vanaf toen gewerkt met twee lijsten.
Op lijst 1staan drugs met, zoals de wet dat noemt, een onaanvaardbaar risico.
Het gaat dan om drugs als cocaïne, amfetamine, XTC, heroïne en LSD.
In totaal staan er tientallen drugs op lijst 1.
Op lijst 2staat de hennepplant waar hasj en wiet van gemaakt wordt.
Ook GHB valt onder lijst 2. (GHB valt ook nog een andere wet nl: de wet op de Geneesmiddelenvoorziening.
Op die grond kan aan het verstrekken van GHB zware straffen toegekend worden).
De Opiumwet noemt verder een groot aantal strafbare handelingen.
Gebruikop zich wordt niet als een strafbare handeling gezien.
Gebruikers worden dan ook niet vervolgd.
Wel verboden is: bezit, handel, productie, invoer en uitvoer.
De straffen die in de wet voor drugs op lijst 1 genoemd worden zijn veel hoger en zwaarder dan de straffen voor hennep.
Richtlijnen
De strafbare handelingen moeten opgespoord en bestraft worden.
De hoogste officieren van justitie (de procureurs-generaal) hebben hiervoor zogenaamde richtlijnen vastgesteld.
In deze richtlijnen staat beschreven aan welke strafbare feiten de politie de meeste aandacht moet geven en welke straffen vervolgens gegeven kunnen worden.
Van belang hierbij is het in het Nederlandse strafrecht opgenomen opportuniteitsbeginsel.
Het opportuniteitsbeginsel houdt in dat afgezien kan worden van vervolging en straf als daarmee een hoger belang (bijvoorbeeld volksgezondheid) gediend wordt.
Handel in harddrugs moet volgens de richtlijnen de meeste aandacht krijgen en wordt het strengst bestraft, daarna volgt handel in softdrugs.
De minste aandacht is nodig voor strafbare feiten die samenhangen met gebruik.
Bezit voor eigen gebruik van zowel harddrugs en softdrugs hoeft volgens de richtlijnen in het geheel niet opgespoord en bestraft te worden.
In de richtlijnen staat beschreven wat als een hoeveelheid voor eigen gebruik beschouwd kan worden.
Voor hasj en wiet is dat 5 gram, voor XTC 1 pil en voor cocaïne een halve gram.
Treft de politie een dergelijke hoeveelheid aan dan kan politie het wel in beslag nemen, maar er volgt geen boete of vervolging.
Overigens blijven het richtlijnen.
Dat betekent dat met een beroep op de wet een plaatselijke officier van justitie altijd een afwijkende beslissing kan nemen.
Richtlijnen voor de coffeeshops
In de richtlijnen staat ook beschreven hoe er gehandeld moet worden tegenover de coffeeshops.
Hier krijgt het gedoogbeleid vorm.
In de richtlijnen staat dan dat justitie ten aanzien van coffeeshops samenwerkt met de politie en de burgemeester. Voorts staat er dat het optreden tegen coffeeshops afhangt van het naleven van de zogenaamde gedoogcriteria door de coffeeshops.
Die zijn:
- geen reclame
- geen harddrugs
- geen overlast
- geen verkoop en toegang aan jongeren onder de 18
- geen verkoop van meer dan 5 gram per dag per persoon.
Medische en wetenschappelijke doeleinden
De Opiumwet staat gebruik van drugs voor medische en wetenschappelijke doeleinden wel toe.
Dus als een anesthesist de pijn van een kankerpatiënt verdooft met morfine is dat niet verboden.
Wel moet een arts of apotheker allerlei administratieve handelingen verrichten en is er strenge controle.
In de opiumwet staan ook middelen genoemd waarbij we niet zo snel aan een drug denken maar eerder aan medicijnen.
Het gaat dan om medicijnen die gemakkelijk als drug misbruikt kunnen worden bijvoorbeeld het slaapmiddel Rohypnol.
Dit middel kan dus niet zomaar voorgeschreven worden.
Inloggen
Laatste nieuws
Volendamse drugstest omstreden - 02.09.2010
Snellere opsporing stress stoornissen bij verslaafden - 30.08.2010
Zorgwekkende stijging GHB ongevallen zet door - 22.08.2010
Over Jellinek

Drank. Drugs. Sex. Alcohol. Sigaretten. Gokken. Het leven zit vol verleidingen. Verleidingen waarmee iedereen vroeg of laat te maken krijgt. Niet alleen in een stad als Amsterdam. Dat is altijd zo geweest, en zal ook altijd zo blijven. De vraag is: hoe ga je om met deze verleidingen? Geef je eraan toe of kun je ze weerstaan? Weet je maat te houden en hoe houd je het onder controle?
lees meer

